De greep van karma

De verhalen van Das Ganu

Shirdi Sai Baba’s prominente leerling Das Ganu heeft in zijn geschriften veel van Baba’s lessen in zijn eigen wijdlopige stijl weergegeven en gecombineerd tot lange uiteenzettingen. Recentelijk zijn deze verhalen gebundeld onder de titel Sri Sai Gurucharitra.  Omdat Baba nooit dit soort lange verhandelingen heeft gehouden, zijn de meeste verhalen van Das Ganu niet opgenomen in het boek  Zeven dagen Shirdi Sai.  Nu heb ik hier  een paar daarvan vertaald en verkort weergegeven, omdat het wel een heldere uiteenzetting geeft van de lessen die Baba stukje bij beetje aan zijn volgelingen overbracht. 

Download deze verhalen als ebook:  Shirdi Sai Baba over karma.epub

Nana Chandorkar en Nana Nimonkar kwamen naar Shirdi. Toen Chandorkar aan Baba’s voeten boog, zei hij: ‘O Sai Maharaj, ik wil dit wereldse leven niet meer! Alle geschriften verklaren dat dit wereldse leven nutteloos is. U bent de beschermer van de zachtmoedigen en verdrukten. Verbreekt u alstublieft deze ketenen van wereldse gehechtheden, die ons verstrikken en onze voortgang belemmeren. De genoegens die we zoeken veranderen in een kwellende bezoeking van pijn. Begeerten en verlangens laten ons als marionetten naar hun luimen dansen. Hoe ver we ook zoeken, we kunnen in deze wereld geen werkelijk vervullend geluk vinden. Ik ben dit leven helemaal beu. Ik wil niet langer verstrikt zijn in deze wereldse zaken.’

Baba had geduldig naar Chandorkar geluisterd en antwoordde: ‘Waar heb je die belachelijke ideeën vandaan? Wat je zegt klopt wel tot op zekere hoogte, maar je trekt de verkeerde conclusie. Je zou kunnen proberen te ontsnappen aan de wereld, maar de wereld zal je niet láten ontsnappen. Het zal altijd aan je blijven kleven en niemand kan eraan ontsnappen. Zelfs ik kon er niet aan ontkomen verstrikt te raken in dit lichaam hier, hoe zou jij dan kunnen ontsnappen? Deze wereld heeft vele eigenschappen. Ik zal ze voor je verklaren.

Als begeerte, woede, hebzucht, begoocheling, trots en afgunst het ego in iemand opwekken, is wereldse gerichtheid het gevolg. Zo is de wereld. De ogen zien iets, de oren horen, de tong proeft, ook dat is de wereld. Dat is de aard van het lichaam. Deze wereld is een mengeling van plezier en pijn en deze twee ontzien niemand, geen mens kan aan hun greep ontsnappen. Jij denkt dat rijkdom, een vrouw en kinderen de wereld zijn en nu ben je het zat. Maar die vrouw, kinderen, broers en zussen, verwanten, zij zullen je niet verlaten, zelfs al wil jij dat wel. De reden van dit alles is prarabdha karma: de gevolgen van handelingen in het verleden die zich nu uitwerken. Besef dat niemand in alle drie werelden eraan kan ontsnappen zonder het te ervaren en uit te werken.’

Chandorkar hoorde wat Baba zei en antwoordde: ‘Alles wat u eerder genoemd hebt was door God gegeven en is Gods creatie, alleen het laatste, het prarabdha karma, is mijn eigen schepping. Ik ben deze wereldsheid beu. Verwijder alstublieft wat mij verstrikt houdt en red mij op de een of andere manier.’

Baba lachte: ‘Alles is jouw schepping! Wat heeft het dan voor zin dat beu te zijn? Al deze zaken zijn het gevolg van het karma van jouw vorige levens. Dit karma is de belangrijkste oorzaak voor onze geboorte in deze wereld. Niemand kan eraan ontsnappen, daarom worden mensen geboren. Er zijn armen, mensen uit de middenklasse, de rijken, de overigen, de vrijgezellen, de gehuwden, de bedelmonniken, de machtigen, de onbeduidenden en vele andere groepen mensen. Er zijn vele dieren zoals paarden, vee, vossen, vogels, tijgers, wolven, honden, varkens, katten, slangen, schorpioenen, mieren en insecten. Het leven dat al deze wezens bewoont is hetzelfde, maar voor de oppervlakkige toeschouwer zien ze er allemaal anders uit. Heb je je ooit afgevraagd waarom dat zo zou zijn? Het is vanwege hun opgebouwde karma dat ze allemaal van elkaar verschillen. Ze nemen de eigenschappen, het gedrag en de levenswijze aan die bij dat lichaam hoort. Wat heeft het voor zin om al deze lichamen te zien en je moedeloos te voelen? De tijger eet vlees, het varken eet uitwerpselen. Een wolf graaft een lijk op en verorbert het met smaak. Het is de aard van die lichamen die ze dat laat doen. Een zwaan eet de jonge blaadjes van de lotus, gieren eten het stinkende bedorven vlees. Je krijgt de eigenschappen en de gewoonten van het lichaam waarin je geboren bent, dat is de wet van de natuur. In overeenstemming met die wet van de natuur ervaren levende wezens hun eigen karma.

Kijk dan Nana! Sommige leeuwen zwerven vrij in het oerwoud, de meesters van alles wat ze kunnen overzien. Andere leeuwen leven in een kooi en worden in het ene dorp na het andere dorp tentoongesteld. De hond van een rijk man slaapt op een zijden matras, terwijl andere honden dag in dag uit rondzwerven op zoek naar een stukje brood. Sommige koeien krijgen volop hooi, water en oliekoeken, terwijl andere de hele dag hongerig rondzwerven op zoek naar voedsel. Zij krijgen nog geen sprietje gras te eten en moeten in het afval neuzen.

De hoofdoorzaak voor deze verschillen is het prarabdha karma. Niemand kan daaraan ontsnappen zonder het volledig te ervaren. Dat is de reden voor de voorspoed van de rijken en de armoede van de armen. De wet die opgaat voor dieren is ook van toepassing op mensen. De een is rijk, de ander arm, de een is welvarend, de ander in de greep van ellendige armoede. De een rijdt als een prins te paard en geniet van alle luxe die het leven te bieden heeft in koninklijke paleizen, en de ander heeft niets en slaapt naakt op de kale grond. Sommigen krijgen kinderen. Sommigen hebben kinderen, maar die sterven allemaal, en sommige vrouwen zijn onvruchtbaar en kunnen geen kinderen krijgen. Sommige vrouwen moeten veel moeilijkheden doorstaan om kinderen te kunnen krijgen.’

Nanasaheb Chandorkar

Toen Baba dit zei, vouwde Nana zijn handen vol eerbied en vroeg: ‘Baba, waarom is er dan vreugde en verdriet? We krijgen vreugde van plezierige dingen en hartverscheurende pijn van verdriet. De mens die gevangen is in deze wereld wordt iedere seconde van zijn leven heen en weer geslingerd tussen deze twee extremen. Als deze wereld de voorraadkamer is van geluk en verdriet, hoe kunnen we dan verdriet vernietigen en geluk bereiken zonder haar te verlaten?’

‘Nana, dat geluk en verdriet zijn illusies. Zij zijn een mist die de werkelijkheid bedekt en verbergt. Wat we denken dat de geneugten van deze wereld zijn, zijn geen werkelijke geneugten. Onderzoek dit gegeven nauwkeurig: veel mensen gaan hier in de fout als ze dit proberen te begrijpen. Het komt door het prarabdha karma dat de een rijkelijk te eten krijgt en de ander het met droge broodkorsten moet stellen. De man die het heerlijke eten krijgt, zal denken dat hij alles heeft en het hem aan niets ontbreekt. Je krijgt misschien heerlijk eten of kale rijst, maar het dient alleen maar om de maag mee te vullen en de honger te stillen. Sommigen dragen kostbare omslagdoeken met goudborduursel en juwelen, en anderen bedekken hun huid met vodden. Of het een kostbare doek is of een vod, het doel ervan is alleen maar om de huid mee te bedekken, en verder hebben deze zaken geen functie.

Het is onwetendheid om zaken als plezier en verdriet belangrijk te vinden. Als het denken als een oceaan is, komen de golven van verdriet en plezier voortdurend in deze oceaan omhoog en verdwijnen er weer in. Wat jij ervaart als plezier en verdriet is niet werkelijk. Zij zijn slechts illusies, verooorzaakt doordat je je vereenzelvigt met je lichaam. Miscchien komen er nu vragen in je op en zeg je: ‘Er kunnen alleen golven zijn als er water is. Er kan alleen licht zijn als er een lamp is. Daarom moet er wel een oorzaak zijn voor het ontstaan van deze ervaringen van plezier en verdriet.’

Wat zijn deze oorzaken? Het zijn de zes vijanden van de mens, te weten begeerte, woede, hebzucht, begoocheling, trots en afgunst, die zorgen voor deze ervaringen van plezier en verdriet. De vorm van die golven is slechts illusie. Het maakt dat de waarheid een leugen lijkt, en een leugen de waarheid. Als een arme man ziet dat een rijk man goud bezit, wordt hij jaloers en denkt: ‘Dat goud zou van mij moeten zijn.’ Op het moment dat hij dát voelt, komt er weer een golf van hebzucht in zijn gedachten op.

Nana, hoe veel van deze voorbeelden moet ik je nog geven? Eerst moeten we onze zes innerlijke vijanden overwinnen. Zodra die overwonnen zijn, kunnen ze niets meer doen om deze golven in ons teweeg te brengen. Eigenlijk kunnen we deze zes vijanden nooit helemaal overwinnen, maak we kunnen ze wel tot onze slaaf maken. Wij zouden ons verstand als de bevelhebber over deze zes vijanden moeten plaatsen. Over het verstand zouden we het onderscheidingsvermogen als toezichthouder moeten stellen. Als we dat met succes bereiken, zal er in het vervolg geen pijn van plezier en verdriet voor ons zijn.

Wel, nu zal ik je vertellen wat het werkelijke geluk en verdriet zijn. Mukti, bevrijding, verlossing, is werkelijk geluk. Om steeds weer geboren te worden en te sterven is het ware verdriet. Ieder ander geluk of verdriet, behalve deze, is slechts het gevolg van illusie. Nu zal ik je vertellen hoe we in deze wereld moeten leven. Luister met grote aandacht!

We zouden blijmoedig elke ervaring moeten verwelkomen die ons karma ons voorschotelt. De wereld is dan wel illlusie, maar de wet van karma is reëel. Het zijn onze subtiele begeerten die ons steeds verstrikken en het kiembed vormen voor onze volgende incarnatie. Daarom zul je er enorm baat bij vinden als je je niet laat verblinden door je eigen karma. Iemand op doorreis verblijft maar één nacht in de karavaanserai en trekt dan verder naar zijn bestemming, zonder ook maar een moment gehecht aan die plek te raken. Zo zouden we ook deze wereld als een overnachtingsplek moeten zien en er geen gehechtheid aan ontwikkelen. Doe je plicht, maar heb nooit het idee dat jij degene bent die voor het inkomen zorgt, dat jij voor het gezin zorgt. Geef het resultaat van alles wat je doet én het gevoel dat jij degene bent die handelt over aan de Allerhoogste en raak er niet aan gehecht.

Zolang je leeft, zorg je voor het lichaam, maar het is tijdverspilling om je zorgen te maken over de dood. Dit lichaam is een deel van de vijf elementen en het is nutteloos erom te huilen als het sterft. Net zo is het nutteloos gelukkig te zijn bij een geboorte. Nana, het is bevrijding als je evenwichtig kunt zijn bij voorspoed en tegenslag. Ik zal je later de rest vertellen, ga nu eerst verder met je plicht.’

Nana Chandorkar hoorde de woorden van wijsheid vol ontzag aan. Hij boog aan Baba’s voeten en legde zijn hoofd erop. Ook Nana Nimonkar was hierbij aanwezig en genoot van Baba’s wijze lessen en het geluksgevoel dat eraan ontsproot. Beiden namen zij eerbiedig afscheid en keerden huiswaarts.

-download hier de ebook-versie van deze tekst: Shirdi Sai Baba over karma.epub-

-naar deel 2: ontsnappen aan de greep van karma-

Geplaatst in karma, lessen, Verhalen van Das Ganu, zelfrealisatie | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Ontsnappen aan de greep van karma

Das Ganu’s lessen -2-

Shirdi Sai Baba’s prominente leerling Das Ganu heeft in zijn geschriften veel van Baba’s lessen in zijn eigen wijdlopige stijl weergegeven en gecombineerd tot lange uiteenzettingen. Recentelijk zijn deze verhalen gebundeld onder de titel Sri Sai Gurucharitra.  Omdat Baba nooit dit soort lange verhandelingen heeft gehouden, zijn de meeste verhalen van Das Ganu niet opgenomen in het boek  Zeven dagen Shirdi Sai.  

Download deze verhalen als ebook:  Shirdi Sai Baba over karma.epub

Na enkele dagen kwam Nana Chandorkar weer naar Shirdi, waar hij languit voor Baba boog en zijn voeten omklemde. ‘Baba, vertelt u mij alstublieft wat u me de vorige keer beloofde toen ik hier was.’

Baba was ingenomen met Nana’s gretigheid om te leren. Hij zei: ‘Let goed op mijn woorden. De vernietiging van de verstrikkingen die veroorzaakt werden door plezier en verdriet is bevrijding. Volg mijn lessen om die staat van bevrijding te bereiken.’

‘Er is nog een vorm van karma, te weten sanchita karma. Dit is het karma dat zich nog moet uitwerken, vaak in een volgend leven. Een overmaat aan sanchita karma maakt een volgende incarnatie onontkoombaar. Wijze mensen begrijpen dit en richten hun leven zo in dat zij dit karma vermijden, maar dwazen weten er niets van en maken zich er niet druk over. Stel iemand is een bediende geworden door karma uit een vorig leven, en hij pleegt in die functie een diefstal, dan heeft hij daarmee slechts de grondslag gelegd voor weer een nieuwe incarnatie. Hoe kunnen we aan die medogenloze opeenvolging van onophoudelijk leven en sterven ontkomen?’

Nana begreep het niet helemaal en vroeg: ‘Baba, u zegt dat het eerst komt door karma uit het verleden en dat dit karma weer nieuw karma oproept voor de toekomst. Ik kan het niet helemaal volgen. Kunt u het verschil tussen die twee iets duidelijker maken?’

Baba antwoordde: ‘Narayana, laat je gedachten niet alle kanten uit zwerven! Het gaat erom dat je je houdt aan de voorschriften van de rechtschapenheid (dharma) als je de gevolgen ondergaat van karma dat is ontstaan in een vorig leven. Zoek goed gezelschap, eet zuiver voedsel, laat je niet in met ruzie en houd je altijd aan de waarheid, dan zal God ingenomen met je zijn. Als je iemand je woord geeft, houd je daar dan ook aan.

Ik zal je nu vertellen over vier mensen, let goed op.

De eerste is de gebonden mens. Hij weet niet wat juist gedrag of onjuist gedrag is, hij vereert God niet en heeft niet de juiste gevoelens in zijn hart. Mensen die moedwillig slechte dingen doen, die stiekem doen, die kwalijke taal bezigen, mensen die voortdurend bezig zijn met wereldse activiteiten, mensen die rijk zijn maar een ander niets gunnen, terwijl ze het wel voor hun eigen pleziertjes uitgeven, mensen die het geld van anderen uitgeven en mensen die zich niet om heiligen bekommeren, het zijn allemaal gebonden mensen. Sommigen proberen hun aanzien te vergroten door anderen omlaag te halen. Ze doen alsof zij zulke goede, deugdzame lieden zijn terwijl ze zich overgeven aan zondige activiteiten. Dit wereldse leven is het enige doel waar zij zich op richten. De wereld is hun God en dat is ook waar hun aandacht voortdurend op gericht is. Ook dit zijn mensen die verstrikt zijn in de wereld.

Iemand die zelfs na het lezen van vele goede boeken nog steeds geen zuiverheid van denken heeft is ook gebonden.

Dan is er de tweede. De oprechte zoeker naar de waarheid (mumukshu) is iemand die een afkeer voelt van deze staat van gebondenheid. Hij denkt er voortdurend over hoe hij zijn slechte eigenschappen kan verwijderen door juist te denken, hij brandt voortdurend van ijver en verlangt ernaar de Heer te zien. Iemand die verlangt naar het gezelschap van oprechte, zuivere mensen en voor wie de wereld geen werkelijke waarde heeft is een mumukshu. Iemand die zonder ontevredenheid aanvaardt wat zijn eigen karma hem voorschotelt, iemand die er altijd beducht voor is dat hij een misstap begaat, iemand die altijd de waarheid spreekt, iemand die, zelfs als hij in de fout gaat, oprecht spijt heeft van zijn misstappen, die een nederige en respectvolle houding naar heiligen heeft, die dharma in ere houdt en in praktijk brengt, is een mumukshu.

Een sadhaka (spiritueel aspirant) is iemand die het gezelschap van de deugdzamen en vromen geen seconde verlaat en voortdurend Gods heilige naam herhaalt. Iemand die wereldse zaken als vergif beschouwt en altijd verlangt om meer te leren over spiritualiteit is een sadhaka. Iemand die altijd mediteert, die in eenzaamheid leeft, verblijft in het stadium van de sadhaka. Als zo iemand de naam hoort van de Heer en over Hem hoort praten, wordt zijn keel droog van blijdschap en begint hij te stamelen. Iemand die de wereld volkomen vergeet en zich voortdurend bezighoudt met het dienen van heiligen, en God voortdurend in zijn gedachten heeft, is een sadhaka.

De vierde is de siddha. Hij is een gerealiseerd mens; hij ziet in ieder mens de eenheid met God en staat even onverschillig tegenover roem als tegenover blaam. Hij wordt geen moment door de zes vijanden van de mens beïnvloed: noch door begeerte, woede, hebzucht, begoocheling of trots, noch door afgunst. Hij heeft geen enkel verlangen of twijfel en maakt geen onderscheid tussen ik en jij. Hij weet dat dit lichaam vergankelijk is en dat hij waarlijk Brahman is. Hij aanvaardt voorspoed en tegenslag als van gelijke waarde: zo iemand is waarlijk een siddha.

Vier verschillende mensen en vier manieren om met karma om te gaan. God is overal; er is geen plek waar hij niet is, maar zijn goddelijke illusie,  maya, verwart ons danig. Maya onderdrukt ons verlangen om God te kennen en te realiseren.’

Breng het geleerde in praktijk

Ieder van ons die je hier ziet is een vorm van God, net als Waarheid, Licht, Maruti, Krishna, enzovoorts, inclusief jijzelf. Dat is de reden waarom we niemand zouden moeten haten, want God woont in alle wezens. Het gevoel van universele liefde ontstaat vanzelf in het hart en zodra dat de overhand heeft kun je werkelijk alles bereiken. Tot die tijd zou je je gedachten onder controle moeten houden.

Shirdi Sai Baba

Shirdi Sai Baba

Een vlieg cirkelt om het vuur en ontvlucht het weer, net zo zwerven de gedachten alle kanten uit en vluchten zij weg als ze nader tot God komen. We kunnen alleen ontsnappen aan de kringloop van geboorte en dood als we de gedachten op Brahman richten, en daarvoor is er geen betere gelegenheid dan de geboorte als mens. Een leven als mens biedt namelijk een schitterende kans op bevrijding.

Om ons te helpen de gedachten te concentreren is de verering van God-met-vorm ingesteld. Als je de afbeelding of voorstelling van God met geloof en toewijding vereert, in de vaste overtuiging dat God daarin verblijft, worden je gedachten op God geconcentreerd. Zonder concentratie komen de gedachten uiteraard niet tot verstilling.

Tot iemand die het Zelf gerealiseerd heeft komt bevrijding vanzelf. De stappen die naar zelfrealisatie leiden zijn uiterst moeilijk te begaan, maar er is een gemakkelijkere weg om bevrijding te bereiken: geef je volledig over aan God en leef een zuiver leven. Dit zal op den duur je hart zuiveren. Roep God aan met je gedachten verstild door concentratie. Mediteer op de vorm van God die jou het dierbaarst is. Door dergelijke meditatie zul je uiteindelijk bevrijding bereiken.’

Baba sloot hiermee zijn verhandeling af en legde zijn rechterhand op Chandorkars hoofd om hem te zegenen. Chandorkar was vervuld van blijdschap. Hij boog  in dank met gevouwen handen voor Baba en smeekte hem dat zijn genade altijd op zijn leerlingen mocht rusten.

Baba antwoordde: ‘Ik zal mijn toegewijde nooit uit mijn genade laten vallen, daar hoef je geen twijfel over te hebben, dat beloof ik. Mag de genadevolle Allah-i-llahi je zegenen.’

-download hier de ebook-versie van deze tekst: Shirdi Sai Baba over karma.epub-

-naar deel 1: de greep van karma-

Geplaatst in karma, lessen, Verhalen van Das Ganu, zelfrealisatie | Getagged , , , | Reacties uitgeschakeld voor Ontsnappen aan de greep van karma

Shirdi Sai Baba neemt karma over

De tranen van mevrouw Tarkhad

Mevrouw Tarkhad kon vooral ‘s nachts niet goed zien vanwege een oogkwaal. Eens kwam zij naar Dwarakamai, boog voor Baba en ging aan zijn voeten zitten. Terwijl zij zo bij Baba zat, begonnen de tranen uit haar ogen te lopen. Baba zag het en liet zijn genade op haar neerdalen. Meteen stopten bij mevrouw Tarkhad de tranen en begonnen in plaats daarvan uit Baba’s ogen te stromen. Baba onderging de kwaal een tijdje om haar te helpen, terwijl de toegewijden verwonderd toekeken. Vanaf die dag heeft zij geen oogproblemen meer gehad.

Wanneer de kwaal van onwetendheid iemand kwelt, komt het verdriet naar buiten in de vorm van tranen. Wanneer de toegewijde zich dan tot de Heer wendt, ontfermt deze zich over zijn geliefde. Hij vernietigt diens onwetendheid, richt zijn blik op wijsheid zodat hij alles helder en scherp ziet, en zegent hem met een visioen van God.

uit: Zeven dagen Shirdi Sai

-verhalen over Shirdi Sai Baba-

Geplaatst in genezing, karma | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Shirdi Sai Baba als genezer

Baba lijdt aan de builenpest

Shirdi Sai child (cropped)Mevrouw Khaparde kwam met haar zoontje Balwanth naar Shirdi, met de bedoeling er langere tijd te blijven. Met moeite had ze toestemming van haar man gekregen, omdat in die tijd de builenpest om zich heen greep in Shirdi. De tweede dag na hun aankomst kreeg het kind koorts en builen over zijn hele lichaam. De moeder betreurde het dat zij niet naar het advies van haar man had geluisterd en jammerde: ‘Wie zal mijn kind beschermen tegen deze ziekte?’ Meteen haastte zij zich naar de moskee, luid roepend: ‘Baba! Baba!’

Baba vroeg waarom ze gekomen was en zij vertelde met trillende stem dat haar dierbare zoontje geveld was door de builenpest. Baba antwoordde vriendelijk op zachte toon: ‘De lucht is soms vol wolken, maar zij zullen allemaal oplossen en voorbijdrijven en de hemel zal weer strak blauw en helder zijn. Heeft je kind koorts? Heeft hij gezwellen op zijn lichaam? Hij is niet de enige, ik heb zelf ook builen. Kijk maar.’ Hij lichtte zijn mantel op en toonde haar vier rijpe gezwellen, zo groot als eieren. ‘Kijk hoe ik lijd voor mijn toegewijden.’ Mahalsapati, die dichtbij stond, riep uit: ‘Baba! Wat zijn dat voor bulten?’ Hij raakte Baba’s lichaam aan en ontdekte dat hij hoge koorts had, misschien wel meer dan 40 graden. ‘O, Baba!’ riep de moeder. ‘Heeft de ziekte niet alleen mijn zoon te pakken, maar ook u? Wie zal u dan beschermen?’ Ze was nu helemaal overstuur. ‘Is er íemand die de Beschermer van allen kan beschermen?’ vroeg Baba streng. De moeder smeekte Baba onmiddellijk om vergiffenis. Kort daarna zakte Baba’s koorts en keerde de moeder gerustgesteld naar haar onderkomen. Daar ontdekte ze dat de koorts en de builen van het kind volkomen verdwenen waren en ze riep uit: ‘Baba! Heeft u de ziekte van mijn kind op u genomen?’

De aanwezigen die dit gezien hadden, beseften hoe heiligen lijden ondergaan voor hun toegewijden. Hun innerlijk is zachter dan was, het is als boter en zij houden zonder enig eigenbelang van hun toegewijden, die zij beschouwen als hun werkelijke familie.

uit: Zeven dagen Shirdi Sai

-verhalen over Shirdi Sai Baba

Geplaatst in genezing | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

De lessen van Shirdi Sai Baba

Een rijke man wil op staande voet kennis van het absolute

Original photo of Shirdi Sai Baba high resolution

Een rijke man kende veel voorspoed in zijn leven. Hij had een hoge mate van welstand verworven, hij bezat huizen en landerijen, en veel bedienden en mensen waren van hem afhankelijk. Toen hij hoorde over Baba’s roem, zei hij tegen een vriend dat hij verder nergens gebrek aan had in dit leven, dus wilde hij naar Shirdi gaan en Baba vragen om hem kennis van het absolute te geven. Dat zou hem zeker ook spiritueel gelukkig maken. Zijn vriend probeerde hem er vanaf te brengen. ‘Volledig goddelijk inzicht is geen snoepgoed dat je op de markt kunt kopen! Het is niet eenvoudig om het absolute te kennen en zeker niet voor een hebzuchtig mens als jij, die constant gericht bent op je bezit, je vrouw en je kinderen. Waarom zou jij slagen in je zoektocht naar kennis van het absolute, terwijl je geen cent weggeeft aan liefdadigheid?’

De rijke man sloeg geen acht op zijn vriend en regelde een rijtuig voor de heen- en terugreis naar Shirdi. Hij ging naar de moskee, zag Sai Baba en viel aan zijn voeten. ‘Baba, ik heb gehoord dat u aan allen die hier komen goddelijk inzicht schenkt en ik ben in een keer het hele eind van mijn woonplaats naar hier gekomen. Ik heb thuis nog veel werk te doen en ik ben erg moe van de reis, dus als ik goddelijk inzicht van u krijg, is mijn moeite niet voor niets geweest.’ Toen zij dit hoorden waren de volgelingen rondom Baba uiterst verbaasd. Baba antwoordde: ‘O, mijn beste vriend, maak je geen zorgen, ik zal je onmiddellijk het absolute tonen, al mijn zaken worden contant afgehandeld en nooit op krediet. Zoveel mensen komen naar mij toe en vragen om geld, gezondheid, macht, eer, status, genezing van ziekten en andere tijdelijke zaken. Zeldzaam is de mens die naar mij toekomt en om kennis van God vraagt. Er is geen gebrek aan personen die om wereldse dingen vragen, dus vind ik het een gelukkig moment wanneer iemand als jij komt en om kennis van het goddelijke vraagt. Ik toon je dan ook met plezier het Al, met zijn vele attributen en aspecten.’

En Baba toonde hem God. Hij liet hem daar zitten en hield hem bezig door over iets anders te praten, zodat hij zijn vraag voor het moment vergat. Toen riep hij een jongen bij zich. ‘Ga naar Nandu de geldlener en vraag hem vijf rupi’s te leen. Het is dringend.’ De jongen ging weg, maar was snel weer terug: ‘Baba, Nandu is afwezig en zijn huis is op slot.’ Toen vroeg Baba hem om naar Bala de kruidenier te gaan en daar het bedrag te lenen. Ook deze keer had de jongen geen succes. Dit experiment werd twee of drie keer herhaald, met steeds hetzelfde resultaat. De rijke man kon het oponthoud niet verdragen. Ongeduldig vroeg hij: ‘Baba, waarom wacht u zo lang? Als u mij niet gauw kennis van het absolute geeft, zal ik vertrekken. Ik heb nog andere dingen te doen.’

Baba zei: ‘Ach vriend! Heb je dan niet gelet op wat ik deed? Ik probeer je het absolute te tonen, maar jij bent niet in staat het te begrijpen. Denk je dat kennis van het absolute gewoon te koop is op de bazaar? Om goddelijk inzicht te verkrijgen moet men vijf dingen opgeven:

  1. de vijf levenskrachten[1],
  2. de vijf zintuigen,
  3. het denken,
  4. het verstand en
  5. het ego.

Het pad dat naar kennis van het absolute leidt is niet zo comfortabel als het pad van jouw dorp naar Shirdi in een rijtuig! Het is scherp als de snede van een zwaard. Niet ieder mens ziet of realiseert God in zijn leven. Bepaalde hoedanigheden zijn absoluut noodzakelijk:

  1. Een intens verlangen naar bevrijding. Als jij voelt dat je gebonden bent en dat je bevrijd zou moeten worden van die gebondenheid, als je eerlijk en vastberaden naar dat doel toewerkt en niet geeft om enige andere gedachte, ben je geschikt voor het spirituele leven.
  2. Een gevoel van afkeer voor de dingen van deze wereld en de volgende. Pas als je dat gevoel van afkeer hebt voor deze zaken én voor het gewin en de eer die jouw daden je kunnen brengen in deze wereld en de volgende, heb je er recht op het spirituele rijk binnen te gaan.
  3. Inkeer. Onze zintuigen zijn door God geschapen met de neiging zich naar buiten te richten en dus kijk je altijd buiten jezelf en niet naar binnen. Als jij zelfrealisatie en het onsterfelijke leven wilt bereiken, moet je je blik naar binnen keren, naar je innerlijke Zelf.
  4. Reiniging van zonden, verwijdering van alle karma. Pas als jij je afkeert van slechte daden, als je jezelf volledig in balans hebt en je gedachten tot rust hebt gebracht, kun je zelfrealisatie bereiken. Er is geen omweg, zelfs niet door middel van kennis.
  5. Juist gedrag. Alleen als je een leven van waarheid, ascese en inzicht leidt en celibatair leeft, kun je godsverwerkelijking verkrijgen.
  6. Je moet het juiste boven het plezierige verkiezen. Er zijn twee soorten zaken: dat wat het juiste is en dat wat plezierig overkomt. Het eerste betreft spirituele zaken en het tweede betreft wereldse zaken, en beide benaderen jou om binnengelaten te worden. Je moet nadenken en een ervan kiezen. De wijze mens verkiest het juiste boven het plezierige, maar de onwijze kiest door zijn begeerte en gehechtheid voor het genot.
  7. Controle over de gedachten en de zintuigen. Het lichaam is als de wagen en het Atma is de meester ervan, het verstand is de wagenmenner en je gedachten zijn de teugels; de zintuigen staan voor de paarden en waar de zintuigen op gericht zijn is het karrenspoor. Als je geen inzicht hebt en geen controle over je gedachten, als je zintuigen onhandelbaar zijn als wilde paarden omdat de menner de teugels niet aantrekt, bereik je niet je doel, maar blijf je gevangen in de cyclus van geboorte en dood. Maar als je inzicht hebt, en je denken en zintuigen zijn onder controle als het getrainde paard van de goede menner, bereik je die staat van waaruit je niet meer geboren wordt[2].
  8. Gedachtenzuivering. Alleen als je naar behoren en onthecht de taken van je leven verricht, wordt je denken gezuiverd en alleen als je denken gezuiverd is kun je zelfrealisatie bereiken. Alleen met een gezuiverd denken kunnen onderscheidingsvermogen[3] en onthechting[4] ontstaan, welke leiden tot zelfrealisatie. Alleen als je je ego loslaat, hebzucht uitbant en het denken zuiver en zonder verlangens maakt, is zelfrealisatie mogelijk. De gedachte ‘ik ben het lichaam’ is een grote illusie en jouw vasthouden hieraan is de oorzaak van je gehechtheid. Laat daarom deze gedachte en die gehechtheid los als je zelfrealisatie wilt.
  9. De noodzaak van een guru. De kennis van het Atma is zo subtiel en mystiek dat geen mens kan verwachten het door eigen inspanning te bereiken. Daarom is de hulp van een andere persoon in de vorm van de Leraar absoluut noodzakelijk. Wat anderen je zelfs met grote moeite en inspanningen niet kunnen geven, kun je gemakkelijk bereiken met de hulp van zo’n Leraar, want hij is het pad zelf gegaan en hij kan de leerling eenvoudig stap voor stap langs de ladder van spirituele vooruitgang omhoog helpen.
  10. Ten slotte is de genade van de Heer het belangrijkste. Wanneer de Heer voldaan over jou is, geeft hij je onderscheidingsvermogen en onthechting en draagt hij je veilig voorbij de oceaan van het werelds bestaan. ‘Het Atma kan niet gewonnen worden door de Veda’s te bestuderen, noch door verstand of veel geleerdheid. Door hem die gekozen wordt door het Zelf, wordt het gewonnen. Aan hem openbaart het Atma zijn aard’ zegt de Katha Upanishad.’

Sai close-up painting1

Toen Baba’s verhandeling was afgelopen, keerde hij zich naar de rijke man en zei: ‘Wel, meneer, God is in je broekzak aanwezig in de vorm van vijftig keer vijf rupi’s, haal dat eens tevoorschijn.’ De man nam een bundel bankbiljetten uit zijn broekzak en toen hij het telde ontdekte hij tot zijn grote verrassing dat het 25 biljetten van tien rupi waren. ‘Gierigaard!’ zei Baba, ‘je hebt verschillende malen gezien hoe ik de jongen er op uit stuurde om vijf rupi’s te lenen. Desondanks heb je niet het gevoel van opoffering gehad om mij slechts vijf rupi’s te geven, terwijl je zo’n groot bedrag in je zak had. Uit gierigheid bleef je stil.’ Toen de rijke man Baba’s alwetendheid zag, viel hij aan Baba’s voeten en smeekte om zijn zegen.

‘Rol je bundeltje God, die bankbiljetten, maar weer op,’ vervolgde Baba. ‘Je kunt nog geen vijf rupi’s opgeven, hoe kun je dan verwachten dat je de vijf levenskrachten, de vijf zintuigen, het denken, het ego en het verstand kunt opgeven? Alleen als je je volledig van je hebzucht hebt ontdaan kun je de ware God verkrijgen. Hoe kan iemand die geobsedeerd is door rijkdom, nageslacht en welvaart verwachten God te kennen als hij niet bereid is zijn gehechtheid daaraan op te geven? Als geld voor jou God is, wat zoek je dan nog naar een andere God? De illusie van gehechtheid en liefde voor geld is een diepe draaikolk van pijn, vol krokodillen in de vorm van verwaandheid en jaloezie. Alleen iemand zonder verlangens raakt hierin niet verstrikt. Hebzucht en God staan eeuwig recht tegenover elkaar. Waar hebzucht is, is geen ruimte voor gedachten aan God. Hoe kan een hebzuchtig mens dan zonder verlangens zijn en verlossing bereiken? Voor zo iemand zijn er geen vrede, tevredenheid of zekerheden. Zelfs als er maar een miniem spoor van hebzucht in het denken is, zullen alle spirituele inspanningen voor niets zijn. Zelfs de kennis van een belezen mens is nutteloos, want die kan hem niet helpen bij het verkrijgen van zelfrealisatie als hij nog steeds beheerst wordt door het verlangen naar de vruchten van zijn daden en er geen afkeer van heeft. De lessen van een guru hebben geen enkel nut bij een man die vol egoïsme is en altijd aan wereldse zaken denkt, want zonder zuivering van het denken zijn al onze spirituele inspanningen voor niets, alleen maar dikdoenerij en show. Het is daarom beter voor een mens om alleen te leren wat hij kan verteren en integreren. Mijn schatkamer is vol en ik kan ieder geven wat hij wil, maar ik moet zien of je het waard bent om te ontvangen wat ik geef. Als je zorgvuldig naar me luistert, zul je er zeker baat bij ondervinden. Als ik in deze moskee zit, spreek ik nooit onwaarheid.’

Wanneer een gast wordt uitgenodigd bij iemand thuis, kunnen alle bewoners van het huis en ook hun vrienden en familieleden deelnemen aan de feestelijkheden. Zo kon iedereen in de moskee deelnemen aan het spirituele feestmaal dat Baba opdiende voor de rijke heer. Nadat de rijkaard Baba’s zegening had ontvangen, verlieten hij en de anderen gelukkig en tevreden de moskee.


[1] de vijf elementen (panch-mahabhutas): ether, lucht, vuur, water en aarde

[2] zelfrealisatie

[3] onderscheid kunnen maken tussen het onwerkelijke en het werkelijke

[4] niet gehecht zijn aan het onwerkelijke

uit: Zeven dagen Shirdi Sai

-verhalen over Shirdi Sai Baba-

Geplaatst in lessen, zelfrealisatie | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Dokter Pillai genezen van guineawormen

(uit: Zeven dagen Shirdi Sai )

Dokter Pillai was een intieme toegewijde van Baba. Baba was erg op hem gesteld; hij noemde hem altijd Bhau (broer), raadpleegde hem in allerlei zaken en wilde hem altijd bij zich hebben. Op een gegeven moment had de dokter een ernstige vorm van guineawormen[1]. Hij zei tegen Kaka Dixit: ‘Deze pijn is folterend, ondraaglijk! Ik ga nog liever dood! Ik weet het, dit is pure boetedoening voor mijn oude karma, maar ga alsjeblieft naar Baba en vraag hem de pijn te stoppen en het over te brengen naar tien toekomstige levens.’ Hij hoopte dat hij in ieder leven veel minder zou hoeven lijden als hij het leed over tien levens zou uitspreiden.

Dixit ging naar Baba om dit te vertellen. Baba, geraakt door het verzoek, zei tegen Dixit: ‘Zeg hem dat hij geen angst hoeft te hebben. Waarom zou hij tien levens moeten lijden? In tien dágen kan hij het lijden en de gevolgen van zijn oude karma uitwerken. Als ik er ben om hem zowel werelds als spiritueel welzijn te geven, waarom zou hij dan bidden om de dood? Breng hem onmiddellijk hierheen! Laten we aan de slag gaan en zijn lijden voor eens en altijd afhandelen.’

Kaka ging naar de dokter en bracht hem met behulp van een paar anderen naar de moskee. Daar mocht hij rechts van Baba zitten, op de plek waar de fakir Bade Baba altijd zat. Baba gaf hem zijn eigen matras en vroeg hem daar met zijn rug tegen de muur te blijven zitten.

Pillai ging zitten, maar de tranen liepen over zijn wangen van de pijn. Liefdevol wiste Baba zijn tranen en zei: ‘Mijn kind, waarom moet je huilen als je op moeders schoot zit? Blijf hier rustig liggen en probeer je op je gemak te voelen. Je karma loopt nu ten einde. Je moet dit karma moedig en geduldig onder ogen zien en niet huilen. De ware remedie is dat je het gevolg van handelingen uit het verleden moet doorstaan en overwinnen. Ons karma is de oorzaak van ons verdriet en geluk, dus probeer te verdragen wat er komt. Allah is de enige Gever en beschermer, denk altijd aan hem. Geef je volledig, met lichaam, gedachte, woord en bezit over aan zijn voeten en zie dan wat hij doet.’ Dokter Pillai werd hierdoor een stuk rustiger.

Baba liet hem in de moskee verblijven. De volgende dag kwam Nana Chandorkar de wond inzwachtelen, maar zodra Baba het verband zag zei hij: ‘Wie heeft dat verbonden? Dokter Pillai antwoordde dat Nana Chandorkar het verband om het been had aangebracht, maar dat het niet hielp. ‘Nana is een dwaas!’ antwoordde Baba. ‘Haal dat verband eraf of je zult sterven! Zometeen komt er een kraai die je zal pikken en dan zul je herstellen.’ Terwijl dokter Pillai daar lag, nam Baba de pijn van hem over. Hij leed tien minuten lang, voor elk leven een minuut, en verloste zo dokter Pillai van zijn karmische verplichting. Halverwege kwam Abdullah binnen om de moskee schoon te maken en de olielampen bij te vullen. Terwijl hij hiermee bezig was, stapte hij per ongeluk op het uitgestrekte been van Pillai. Het been was al gezwollen en toen Abdul erop trapte, werden alle zeven guineawormen er tegelijkertijd uitgeperst. De pijn was verschrikkelijk en de dokter brulde het uit. Na een tijdje kalmeerde hij en begon om beurten te zingen en te huilen. Toen vroeg hij met de tranen in zijn ogen aan Baba wanneer die kraai hem zou komen pikken. Baba zei: ‘Heb je de kraai dan niet gezien? Hij zal niet nog eens komen. Abdul was de kraai. Ga nu wat rusten, je zult spoedig beter zijn.’ Zodra de tien minuten voorbij waren, was Baba weer helemaal de oude.

Door de toediening van Udi met water was de dokter in tien dagen volledig genezen, zonder enige andere behandeling of medicijn, precies zoals Baba had voorspeld.


[1] een grote parasiet, dracunculiasis, die in drinkwater voorkomt. In het eindstadium komen de volgroeide wormen door de huid naar buiten, meestal bij de voeten, wat gepaard gaat met hevige pijn

Geplaatst in genezing, karma, lessen | Getagged , , , , , | Een reactie plaatsen